Wijnand Nuijen Ziekte en Overlijden
Op 25 juli 1838 trad hij in het huwelijk met Cornelia Johanna Schelfhout (1820), een dochter van zijn leermeester Schelfhout.
In datzelfde jaar bleek hij ernstig ziek: hij leed aan tuberculose.
Ziekte
Ondanks zijn ziekte bleef hij bijna koortsachtig werken. Talrijk zijn de omvangrijke schilderijen, de uitgewerkte tekeningen en lithografische illustraties die juist uit die jaren zijn overgebleven. Daarbij moeten we bedenken dat slechts een deel van zijn totale oeuvre terug te vinden is. Uit een veiling van zijn atelier die enkele maanden na zijn dood plaatsvond, blijkt dat een aantal schilderijen en schetsen tot nu toe niet achterhaald zijn.
Nog tijdens zijn ziekte en in de laatste dagen van zijn leven werkte Nuyen door. De Belgische publicist Felix Bogaerts, een vriend van Nuyen, beschreef in ‘een Notice biographique’ diens werklust tot het laatste toe : ondanks de hevige pijnen die zijn ziekte veroorzaakte, ging Wijnand voort om de weinige krachten die hem nog restten, te wijden aan de kunst: dra verzwakte hij zo dat een kwartier werken hem al uitputte.
Toen hij voelde dat hij nog maar weinige dagen te leven had, uitte hij de wens zijn vriend Waldorp bij zicht te hebben, die toen in Amsterdam was; deze haastte zich naar hem toe. Het moment van hun ontmoeting was ontroerend; deze twee jonge kunstenaars, steeds vereend in broederlijke vriendschap, zagen elkaar nu voor het laatst terug ! Vanaf dat ogenblik verliet Waldorp zijn vriend geen ogenblik meer, en hij werkte zelfs in zijn aanwezigheid, om hem een plezier te doen.
Bij het zien van het doek van Waldorp kon Nuyen zijn verlangen niet weerstaan om de laatste hand te leggen aan een prachtig schilderij dat hij al opzij had gezet, in de hoop dat hij het toch nog af zou krijgen voor hij stierf. Een laatste heroïsche inspanning van een geniaal man die zelfs op de rand van het graf nog werkte aan de onsterfelijkheid.
Twee dagen voor zijn dood bracht zijn schoonvader Schelfhout hem een bezoek en trof hem aan terwijl hij bezig was een tekening te maken die de Dood voorstelde, die een zieke in een leunstoel komt halen, met achter de zieke een vrouw in tranen. Bogaerts maakte van het sterfbed van Nuyen een roerend tafereel waarin de heroïek van de kunstenaar duidelijk naar voren moest komen, op dezelfde manier als in de voorstellingen van de ‘Dood van Raphael’ of ‘Het sterfbed van Leonarda da Vinci’ die tot de vaste thema’s van de Romantiek behoorden.
Overlijden
Nuchter contrasteert hiermee de overlijdensakte:
Begrafenis
Hoe weinig er ook bekend is over Nuyens leven, het verloop van zijn begrafenis is nauwkeurig beschreven in het tijdschrift ‘De Beeldende Kunsten’.
Als de laatste hulde die men den kunstenaar brengen mogt, beijverde men zich om deel te nemen aan zijne plegtige teraardebestelling. Een lange rij innig bedroefden – van omstreeks honderd namen – volgt de baar. De slippen van het lijkkleed worden gedragen door zijn twee leerlingen Rochussen en Leickert en verder door de kunstenaars B.J. van Hove, Kruseman, Reijers en Waldorp.
In het vertrek waar men zich voor de begrafenis verenigt, is een beeltenis van Nuyen te zien, geschilderd door Waldorp ‘een zijner verdienstelijkste en trouwste bloedverwanten’ Na de plechtigheid wordt dit vervangen door het uitmuntend gelijkend portret van de jong gestorven kunstenaar door de Antwerpse schilder Nicaise de Keyser.
Nicaise de Keyser – portret van de schilder W.J.J. Nuyen
circa 1838 Olieverf op doek – 78 x 61 cm
Gesigneerd: in verto
Behalve het graflied zijn ook toespraken, die bij deze gelegenheid gehouden zijn, aan ons overgeleverd. Er wordt gesproken over Nuyens leven ‘kort van jaren maar zoo geheel met roemrijke zegepralen vervuld’ en over zijn wonderbaar talent. Hij wordt een groot kunstenaar, een genie en een uitstekend schilder genoemd. Het woord onvergetelijk klinkt menigmaal.
De laatste spreker eindigt zijn toespraak met de uitdaging: Kunstbroeders ! tijdgenooten van Uwen ontslapen vriend…ook de kunst heeft eene stem, die door U worde gehoord: zij vraagt vergoeding, ui Uw midden vraagt zij de ontwikkeling van een talent Nuyen waardig… beschaamt hare verwachting niet !
Kort na zijn begrafenis in 1839 schreef het toenmalige kunsttijdschrift ‘De Beeldende Kunsten’ in een uitgebreid verslag over de plechtigheid: ‘Bragt in later tijd de geest der romantiek, de aanschouwing van de Fransche school, eene verandering van denkbeelden bij hem te weeg, zoo zal niemand hem kunnen ten lasten leggen dat hij zich daardoor liet verblinden; hij bezat gevoel om het schoone in het vreemde op te merken’. Ten bewijze van zijn rijke fantasie werd gewezen op een zeer kapitaal schilderij met een voorstelling van een schipbreuk op een rotsachtig strand met door de wolken brekend licht. Volgens dit tijdschrift was er sprake van een uitmuntend schilderij. De kritiek op het werk van de jonge schilder klonk na zijn overlijden positiever dan tijdens zijn leven.
Het grafmonument (1842). Er is een boekje uitgegeven door Belinfante Den Haag.
‘Plegtige onthulling van het monument voor W.J.J. Nuyen op het Roomsch-Katholijk kerkhof te ’s Gravenhage. 22 juli 1842
Grafmonument
Een jaar later – juni 1840 – wordt aan hen, die Nuyen als vriend of kunstenaar hooggeschat hebben, een schrijven gezonden, ondertekend door 9 namen waaronder C. Kruseman, B.J. van Hove, C. Rochussen en J. Bosboom. Doel van de brief is geld bijeen te brengen om ‘eene eenvoudige grafnaald voor hem op te rigten, die ook voor de nakomelingenschap zal kunnen getuigen, hoe dierbaar de kunstenaar zijnen tijdgenooten was.
De uitnodiging heeft gevolg: Bosboom nodigt namens de ‘commissie tot oprichting van een Monument van Nuyen’ de intekenaren uit voor de plechtige onthulling. Deze vind plaats op 22 juli 1842 op het kerkhof (Rooms-katholieke begraafplaats St. Petrus Banden Den Haag), waar zij drie jaar geleden Nuyen naar zijn laatste rustplaats brachten. Op het gedenkteken, vervaardigd uit geslepen blauwe steen en geplaatst op zijn graf waren twee dichtregels uitgebeiteld:
‘t Genie riep Nuyen op: hij leefde kort en groot. Zijn stof rust in dit graf, zijn naam trotseert den dood’
Helaas, Nuyens graf en het monument zijn niet bewaard gebleven. Of zijn naam de dood getrotseerd heeft is de vraag. Vandaag de dag is de ‘onvergetelijke Nuyen’ niet zo bekend meer.